Een paar jaar geleden kocht ik voor een prikkie een Lite-On DVD-speler die ook vanaf het netwerk kon streamen. Dat werkte redelijk naar tevredenheid, en ik was dan ook wel verbaasd dat het ding vrijwel onmiddellijk van de markt werd gehaald. En hij werd dus ook niet meer ondersteund. Hoewel de mogelijkheid van firmware-updates via het netwerk er keurig in zat, is er nooit meer een update gekomen. En zo kwam ik steeds meer dingen tegen die het apparaatje niet kon afspelen wegens onherkende formaten, niet geïnstalleerde codecs en meer van dar soort ellende. Waarom is dat trouwens nodig, dat steeds weer nieuwe zaken worden uitgevonden waar je weer drivers voor ndoig hebt? Kom op, mensen, spreek nu eens een standaard af en hou je er aan. Maar dat terzijde.
Goed, tijd dus om wat nieuws te zoeken.Vooral omdat de filmpjes die ik met iMovie op de Mac maak van het formaat .M4V zijn. Daar zou trouwens ook wel eens wat meer keuze mogen zijn. Maar goed, om dan eerst weer te converteren voor je er iets mee kunt, werd vervelend. Na een hoop geblader op internet viel mijn keuze tenslotte op de ConceptronicFullHDMAi. Vreselijke naam trouwens. Veel ingebouwde ondersteuning voor van alles en nog wat, FullHD (al heb ik daar nog geen TV voor), en volgens de berichten een actieve update-cycle. Kijk, dat moest ik hebben!
En het is inderdaad een lekker dingetje: vindt standaard gewoon de shares op je netwerkcomputers, leest gewone AVI- en MPEG-files, maar ook ISO DVD-images, of de inhoud van DVD’s (Video_TS mappen). En ondersteunt ook prima de gangbare codecs. Het is wel een lelijk ding, en ik vind de bediening ook niet echt sexy, maar je kunt wel vinden wat je wilt. Verder zag hij in het begin die Apple M4V-files niet. Dat was even schrikken. Maar gelukkig: er was een update beschikbaar en nu doet-ie het prima.
Maar helaas: net nadat ik het ding had uitgepakt en aangesloten, doken er berichten op dat Conceptronic failliet ging. Daar ging één van m’n belangrijkste voordelen, want failliete bedrijven leveren geen updates. Ik was dan ook erg opgelucht te lezen dat het bedrijf met een nieuwe financier weer een doorstart maakt. Ik hoop dat ze geld blijven vinden om de zaak een beetje up-to-date te houden.
Er moet een heffing komen op internet-aansluitingen, vindt de commissie-Brinkman. Deze kan gebruikt worden om de noodlijdende pers een handje te helpen. Want mensen lezen geen kranten meer en dat is de schuld van internet.
Lijkt me een prima idee. Maar dan moet er ook een heffing op de krant komen om de stadsomroeper te behouden.
Kreeg het volgende mailtje uit Nigeria. Daar gaan er vast een hele hoop intrappen.
Beste vriend,
Ik weet dat je niet weet ik en ik ben er ook van bewust dat het internet
is sterk misbruikt door zo veel mensen in onze wereld van vandaag, maar
het is nog steeds de snelste en gemakkelijkste manier van communicatie,
vooral wanneer deze lasten op het gebied van de Hoge geheimhouding en
afdwalen. Laat me out tijd formeel mezelf aan jou. Ik ben barrister
Williams Osagie, een advocaat. Ik werd opgeroepen voor de Nigeriaanse Bar
op de eerste van mei 1980. Ik ben getrouwd met twee prachtige kinderen. Ik
heb een dringende zaken voor u en dat is de reden waarom ik u
gecontacteerd hebben.
Een van mijn cliënten de heer Gomez Andreson, overleed een tijdje geleden,
waardoor het totale bedrag van $ 23,000,000.00 USD in een huis met meer
dan hier in Nigeria. Ik kreeg een bericht van de bank vorige week dreigt
te confisqueren de genoemde bedrag moet ik doen als ik niet aanwezig zijn
de nabestaanden van mijn cliënten gelden in de komende vijftien werkdagen.
Ik crave uw aflaat te voren u als mijn cliënten naaste verwanten, dan
wanneer de genoemde middelen is overgeheveld naar je, ik zal komen naar uw
land voor de uitbetaling van de middelen.
Ik zal wachten op uw reactie voor 48 uur, waarna ik neem aan dat u
niet geïnteresseerd zijn in deze. Maar als aan de andere kant u
geïnteresseerd bent in dit, kindly get back to me via mijn e-mail adres:
…..@gmail.com zodat ik kan verstrekken u verder
details over deze transactie.
Een paar weken geleden hoorden dat Rammstein eindelijk weer zou gaan toeren. In de afgelopen paar jaar zijn we, met z’n achten, allemaal fan geworden van deze band. Maar dat begon net te laat om hun vorige tournee mee te krijgen, dus we waren er nu wel aan toe.
En dus hadden we 12 juni 10:00 uur met dikke letters in de agenda gezet als het moment dat de kaartverkoop voor het concert op 6 december in het Gelredome. Met z’n tweeën zaten Willem Jan en ik klaar want we hadden acht kaarten nodig en je mocht er maar vier per persoon bestellen, stond op de site. Dus met dekstop, laptop, vaste telefoon om met elkaar te praten en mobiele telefoon om eventueel te gaan bellen voor reserveringen, begonnen we om een paar minuten voor tien het refresh-knopje in te drukken van de livenation-site.
En om klokslag 10:00 uur ging de boel op tilt. Geen nieuwe pagina, pas na een paar minuten weer. En jawel, er stond nu een knopje ‘Kaarten bestellen’ op de site. Maar dat verwees naar eventim waar je je eerst ook nog even aan moest melden. Om vervolgens in een wachtpagina te komen (’probeer het later nog eens’), of helemaal uit de site gegooid te worden. Beeuuh. Na verschillende pogingen kon Willem Jan 4 kaarten bestellen, maar vervolgens niet betalen. En toen waren de veldkaarten niet meer beschikbaar. Uitverkocht? Nee, weer wat later kon ik er opeens 3 bestellen. En afrekenen. OK, wij waren binnen, wie zouden we als derde man meenemen? De bloeddruk rees ondertussen. Willem Jan kwam helemaal geen site meer in, telefonisch bestellen was helemaal een onmogelijkheid, maar ik kon opeens weer 4 kaarten bestellen. Nee toch? Zouden ze niet zien dat ik er al 3 had? Nee dus, verwijzen naar de bank ging goed, geld werd afgeschreven, PDF-je met tickets kwam binnen. Het we ondertussen bijna half elf. De laatste kaart, terwijl we al speculeerden over wie we thuis moesten laten, kwam een kwartiertje later alsnog binnen.
Wat een ellende zeg, dat bestellen via internet. Misschien moeten we volgende keer maar weer gewoon een nachtje op de stoep gaan liggen. Maar die 8 kaarten, die hebben we binnen. Rammstein, wir kommen!
Vorige week lanceerde Microsoft, eigenlijk nogal stilletjes, z’n nieuwe zoekmachine, Bing. Vreemd eigenlijk. Als je de huidige aartsvijand, en dat is toch Google, wilt treffen op zijn eigen grondgebied, dan blaas je toch wat hoger van de toren. Maar ja, MS zal ook wel weten dat het niet mogelijk is Google zomaar te overtreffen met zoeken. tenminste niet als jet het op dezelfde manier doet. En daar lijkt het bij Bing toch een beetje op. Weliswaar heeft MS verkondigd dat Bing betere zoekresultaten gaat vinden dan Google, maar vooralsnog vinden ze vooral minder.
Ik heb even wat kleine vergelijkende testjes gedaan. Daar mag je natuurlijk nog geen conclusies aan verbinden. Alleen wat indicaties. Je begint natuurlijk even naar jezelf te zoeken. “Peter Hasperhoven” levert bij Google zo’n 800 hits op, waarvan hij er overigens maar een kleine 100 laat zien, tenzij je expliciet om alles vraagt en dan zit er wel een hoop onzin bij (Last.fm profile in tig verschillende talen, elke blogpost apart enzo). Dezelfde zoekterm levert bij Bing 130 hits, waarvan er 50 getoond worden. Maar de kwaliteit is niet beter. In de eerste 10 hits van Google zijn meer pagina’s die echt over mij gaan, in die van Bing meer pagina’s waar mijn naam toevallig voorkomt. En ook bijvoorbeeld een vraag als “how to store mac files to a windows server” levert bij Google meer hits op en vooral betere. Bij Google is de bovenste verwijzing er een naar een informatieve helppagina van Apple, bij Bing krijg je als eerste hit een pagina waar alleen reclame staat.
Voorlopig blijf ik dus nog maar even Google als standaard zoekmachine gebruiken, te meer daar ik bij de naam toch steeds moet denken aan de “Hospital sketch” van Monty Python. Ah, I see you have the machine that goes ‘BING’!.
Er wordt in het kader van de zogenaamde efficiencyverbeteringen wat afgeklungeld. Fusies zouden moeten zorgen voor efficiënter werken, en daarmee kwaliteitsverbetering voor de klanten, gebruikers en patiënten. Maar ik merk er maar weinig van.
Zo moest ik vanmiddag het UMCU (Universitair Medisch Centrum Utrecht) bellen om een afspraak te verzetten. En de onzin begint wat mij betreft al met het telefoonnummer. Dat is een 088-nummer. Die zijn bedacht om organisaties en bedrijven die last hebben van gebondenheid aan een regio van een algemeen nummer. Handig voor clubjes die om wat voor reden dan ook vaak verhuizen, of voor bedrijven met veel verschillende vestigingen. Maar voor een organisatie met nota bene Utrecht in de naam, lijkt mij een 030-nummer toch echt veel herkenbaarder. Om dezelfde reden hebben we onlangs bij de Universiteit Utrecht geadviseerd om dat hele 088-nummer maar te vergeten.
Maar goed, ik krijg dus eerst zo’n menuutje waar ik moet intoetsen wat ik wil. Vervolgens een telefoniste die vraagt waar ik voor bel. Heb ik toch net ingetoetst? Enfin, of het voor een volwassene of een kind is, wil ze weten. Het is voor mijn dochter, dus ik wordt doorgeschakeld naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis. “Er zijn nog drie wachtenden voor u”. Goed, kan gebeuren. Na de melding van nog 1 wachtende, volgt ook nog “u bent nu de eerste in de wachtrij”. Kende ik nog niet in die vorm. OK, het is wiskundig natuurlijk juist, maar je verwacht het niet, hè. Eindelijk aan de beurt, moet ik voor deze dokter niet naar het WKZ, maar moet ik in het AZU zijn. Volgens mij bestaat dat niet meer sinds het UMCU heet, maar vooruit, ik word doorgeschakeld. En nog eens doorgeschakeld, en nog eens.
Samenvattend: de efficiency kost mij deze keer ruim een kwartier van menuutjes, doorschakelingen en wachtrijen. En dat was al de tweede poging, want de vorige keer probeerden we het op vrijdag en kwamen we de eindeloze lussen helemaal nooit meer uit.
Maar toen ik de juiste persoon uiteindelijk aan de lijn had, werd ik uitermate vriendelijk, flexibel en professioneel geholpen. Dat moet ook gezegd. De mensen willen vaak wel, maar de processen en systemen maken het ze een beetje moeilijk.
Het heeft lang geduurd, maar eindelijk ben ik dan ook aan de smartphone. Bij VKA heb ik jaren lopen roepen dat het onhandig was om een telefoon plus een PDA overal mee heen te slepen, maar toen de apparaten daadwerkelijk op de markt kwamen, is het er op de een of andere manier nooit van gekomen om ook echt over te stappen.
Dat gebeurde pas onlangs, toen ik gebruik kon gaan maken van een Nokia E71. Die keuze was gelukkig niet moeilijk. Hij komt via het werk en daar ging de keuze vooralsnog tussen toestellen met Windows Mobile of Symbian. Windows wil ik niet meer, omdat ik teveel instabiliteit heb ervaren met m’n iPaq. En ik wilde niet mijn tekst in moeten voeren op een T9-telefoontoetsenbordje, dus toen bleef eigenlijk alleen deze over. Lijkt me een beetje bedoeld als Nokia’s antwoord op de Blackberry, want daar lijkt hij uiterlijk nog het meest op.
En het moet gezegd: prima toestelletje.
Wordt geleverd met een 2GB geheugenkaartje. Meer dan zat tenzij je er je muziek op wilt zetten, maar dat hoeft niet, want ik heb al een iPod.
De toetsen zijn redelijk te bedienen, al blijft het in dit formaat natuurlijk behelpen.
Helder leesbaar scherm, al moet ik nu zeker altijd en overal mijn leesbril bij me hebben. Misschien binnenkort toch maar inruilen voor een netbook?
Een behoorlijke batterij, zodat je niet elke dag op zoek heeft naar waar je nu die oplader weer hebt laten liggen.
De internetfunctionaliteit is prima via WiFi en UMTS et al. En er is nuttige software voor te vinden. Natuurlijk is het aanbod niet zo groot als voor de iPhone, maar met een beetje zoeken kom je een heel eind, al dan niet via de ingebouwde download functie. Een paar voorbeelden van software die ik (veel) gebruik:
Mail for Exchange. Hiermee kan ik mijn zakelijke mail (en agenda, taken e.d.) altijd en overal up-to-date houden, en daar gaat het tenslotte primair om. Was op mijn toestel voorgeïnstalleerd, maar anders te downloaden. Kostte wel wat tijd om de juiste config te vinden, maar dan heb je ook wat.
Smartconnect, een handigheidje waarmee je een aantal toegangsmethoden (WiFi thuis, WiFi op het werk, KPN-netwerk) op prioriteit kunt laten kiezen zodat het toestel altijd de beste (goedkoopste!) vebinding kiest.
Trackr, maakt gebruik van de ingebouwde GPS-receiver (yep, zit er ook in) om bijvoorbeeld je fietstochtjes bij te houden en desgewenst op het web te publiceren.
De jaarlijkse Cleodoedag, waar de Cleophasschool wat geld voor leuke extra’s weet op te halen, viel dit jaar op Aliek’s verjaardag. Geen reden om niet mee te doen aan de vaste playbackshow, waar ze samen met haar vriendinnen een videoclipje naspeelde. Maar niet voordat ze door het hele plein was toegezongen!
Het filmpje van het optreden staat op YouTube. Hopelijk krijg ik daar geen gedonder mee, want de auteursrechtenpolitie kijkt nauwkeurig mee. Een filmpje van Geke in het zwembad leverde mij een aanschrijving op. Ik had er namelijk een muziekje onder gezet. En ik had in de toelichting vermeld welk muziekje dat was. Stom natuurlijk, want ik neem aan dat ze het op die manier gevonden hebben. Ik kan me tenminste niet voorstellen dat ze alle filmpjes ook afluisteren op zoek naar criminelen zoals ik. Ik heb bij Aliek’s filmpje dus de toelichting maar lekker vaag gehouden.
En overigens hebben we wéér niks gewonnen in de loterij.
De ANWB heeft een bijzonder grappig systeem om leuke fietsrondjes te vinden: de knooppunten. Een aantal belangrijke kruisingen en splitsingen van fietsroutes hebben een nummer gekregen en de routes tussen nabijgelegen knooppunten zijn keurig met bordjes aangegeven. Zo kun je heel eenvoudig op pad gaan met een lijstje nummers op zak en je hoeft verder bijna niet meer op de route te letten. Het systeem bestond al jaren in Limburg, en daar kende ik het van, maar sind kort is ook de provincie Utrecht voorzien van de groene bordjes.
Dat was voor mij reden om vandaag eens een alternatieve route voor mijn training te kiezen. Ik ken al wel een hoop paadjes in deze omgeving, maar je hebt toch een beetje de neiging om de bekende rondjes te rijden. Erg leuk, want ik heb weer wat nieuwe afsnijdingen en doorsteekjes gevonden op deze manier.
Groot nadeel is dat deze fietsroutes niet speciaal voor racefietsers zijn gemaakt. De ANWB vindt een onverharde weg, of een schelpenpad, prima begaanbaar voor fietsers, en voor veel fietsers is dat natuurlijk ook zo. Maar ik kwam vanmiddag op die manier wel op een semi-verhard fietspad bij Austerlitz terecht. En toen daar opeens een slecht lopende bocht in zat, die bovendien nog nat was van de eerder gevallen regen, hielden mijn racebandjes het niet en maakte ik een lelijke buikschuiver. Au. Van de fiets alleen de handrem wat verbogen, maar trui kapot, knap gat in de elleboog, volledig geschaafde en gezwollen quadriceps en een enorme deuk in mijn ego. Gelukkig werd ik door zeer vriendelijke voorbijgangers enigszins verpleegd en weer op de fiets geholpen, en ik kon redelijk thuis komen. Maar daarna toch maar even naar de dokter.
De ANWB kan er natuurlijk niks aan doen, maar ik ben de volgende keer iets minder in voor experimenten.
Google’s Streetview is niet overal even populair. Een tijdje terug werd het Google camerawagentje in Engeland ergens een dorp uitgeknuppeld, onlangs lazen we van dat Google niet welkom is in Griekenland en als klap op de vuurpijl moet Japan helemaal opnieuw. Reden: ze hebben daar nogal lage schuttinkjes en daar kon je te makkelijk overheen kijken. En nu moet het dus opnieuw met een lager gemonteerde camera.
Ik begrijp die ophef eigenlijk niet zo goed. Het lijkt mij juist wel leuk als mijn straat in beeld is. Niet dat ik nu ga staan wachten en probeer opvallend in beeld te komen zoals deze Wally in Putney, maar ik vond het wel jammer dat toen de eerste Nederlandse plaatsen in beeld kwame, Utrecht daar nog niet bij was. Nou moet ik zeker eerst weer wachten tot ze met Japan klaar zijn.